1 februari 2016

Afscheid is de prijs die je betaalt voor de verbinding

Actueel Piet Roos Afscheid is de prijs die je betaalt voor de verbinding

TERUGBLIK 1999-2016 door Dick Peters.

 

Ooit nam een grootmoeder haar bij haar logerende kleinzoon van circa 6 jaar mee naar een dienst waarin ik voorging. Het jochie zat voor het eerst in een kerkdienst. Hij zat al die tijd met een beetje open mond naar me te kijken en te luisteren. Ik was aan de overdenking bezig toen hij uit de grond van zijn hart hardop zei: Oma wanneer houd die man nou eens op!
Het ophouden als voorganger van deze gemeente is dan vandaag zover.
Ik had het, uiteraard met instemming van kerkenraad en gemeente, nog wel even willen volhouden, maar de kerkorde is daar nu eenmaal heel duidelijk in. Als je 70 jaar wordt ben je aan vervanging toe.
Nu heb ik nog twee gemeenten in het Westland waar die regel niet geldt en zal ik behalve een wat minder volle agenda dit jaar daarom qua werkzaamheden nog niet veel merken van dat in Alphen stoppen.
Wat anders is natuurlijk het zullen missen van vooral het contact met de leden en vrienden. Ook dat is gelukkig betrekkelijk, want Nelleke en ik blijven hier lid en vriend, en zullen als zodanig bij de gemeente betrokken blijven.
Bij een afscheid wordt vaak teruggeblikt. In principe kijk ik liever vooruit. Maar ik veroorloof mij toch om wat zaken uit die 17 jaar te memoreren.
In de laatste dienst, bij het herdenken van de overledenen, maakte ik al melding van 39 geleide uitvaartdiensten/crematieplechtigheden.
Als er iets in het werk is waar ik voldoening in heb gevonden is het wel het leiden van afscheidsdiensten, maar vooral ook, daar waar dat plaatsvond, een eindje meelopen in de laatste levensdagen.
Ik heb vijf huwelijken mogen inzegenen zoals dat heet en 9 kinderen mogen dopen, waarvan een aantal ik later tot mijn vreugde in de kinderclub weer terug heb mogen zien, evenals mijn eigen kleinkinderen.
Op de huidige ledenlijst staan, buiten de mensen die van Zwammerdam zijn overgeschreven, 30 namen van leden, vrienden en belangstellenden die ik in mijn periode mocht verwelkomen. Dat is uiteraard niet mijn verdienste.
Het zegt wel iets over deze tijd, waarin van zoveel terugloop sprake is, deze gemeente kennelijk aantrekkelijk genoeg is gevonden om in de loop der jaren gemiddeld niet met achteruitgang te zijn geconfronteerd.
Ik bewaar de beste herinneringen aan de twee reizen die ik mocht organiseren naar Rome in de voetsporen van Paulus en naar Duitsland in de voetsporen van Luther. En zo is er veel waar ik met plezier en een goed gevoel aan terugdenk.
Ideale gemeenten bestaan volgens mij niet.
En als er niet af en toe ook wat van ruis sprake zou zijn kan volgens mij zelfs niet van een levende gemeente worden gesproken. Bepalend is uiteindelijk hoe er mee wordt omgegaan.
Met de huidige en de vorige kerkenraadsleden heb ik altijd in een goede sfeer mogen samenwerken en mogen ervaren dat bij een optredend verschil van mening iedereen niet ongevoelig bleek voor humor en relativering.
Voldoening heb ik ook gevonden in het leiden van de gesprekskring waarin we over zoveel onderwerpen op het terrein van geloof en samenleving met elkaar van gedachten mochten wisselen.
Maar bovenal ben ik dankbaar voor het vertrouwen dat mij werd geschonken en het met mij willen delen van vreugdevolle zowel als verdrietige momenten.
Ik heb er heel veel voor terug gekregen.
In de roomskatholieke traditie zou ik misschien op een `heilig verklaring` hebben aangestuurd.
Ik ben me er echter ook van bewust op zijn tijd ook wel tekort te zijn geschoten. Ik had meer aandacht aan sommige leden en vrienden moeten geven. Meer huisbezoeken moeten afleggen. Meer signalen moeten oppakken en prioriteiten soms anders moeten leggen. Maar ook voorgangers is niets menselijks vreemd.
Alhoewel ik in de gelukkige omstandigheid heb verkeerd niet voortdurend op de klok te hoeven kijken is 6 uur voor het werk in de gemeente bepaald niet royaal te noemen.
Maar ik heb naast voldoening in het werk natuurlijk ook de ongelooflijke mazzel gehad Nelleke aan mijn zijde te hebben die voor de volle 100% achter mij en het werk stond en staat. Niet alleen dat, maar ook heel veel heeft gedaan om me op allerlei mogelijke manieren bij te staan en een klankbord te willen zijn.
Samenvattend het was een goede tijd met elkaar en het heeft mijn leven verrijkt. Ik ben daar heel dankbaar voor.
Ik stel voor dit af te sluiten met het zingen van de mij dierbare tekst:
Zolang wij adem halen schept Gij in ons de kracht
om zingend te vertalen waartoe wij zijn gedacht.
Elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank.
De lofzang om ons leven geeft stem aan onze dank.

Gerelateerd