Gemeenteberichten

Gemeenteberichten is het informatieblad van onze gemeente, dat 6 keer per jaar verschijnt. Het is een periodiek met alle belangrijke informatie over kerkdiensten, gemeente-avonden, lezingen e.d. Daarnaast worden ook belangrijke activiteiten vermeld van landelijke- en regionale aard. Voor een proefnummer of inlichtingen kunt u contact opnemen met het secretariaat.
Een abonnement kost € 12.50 per jaar.

TER OVERDENKING uit het laatste nummer:

PINKSTEREN
Als tegenwoordig nog maar weinig mensen weten wat Pasen eigenlijk inhoudt
– iets met een haas, hoor je mensen dan zeggen – hoe zal het dan gesteld zijn
met de kennis over Pinksteren? Slecht, denk ik, en dat merk ik ook. Vrienden,
kennissen, vragen wel eens of ik ‘even’ uit kan leggen wat dat Pinksteren ook
al weer is, behalve die vrije dag. Als het goed is begrijpt men aan het eind van
mijn korte weergave van het pinksterverhaal – over spreken in tongen en vlammen op hoofden – dat we met Pinksteren vieren dat wij geroepen zijn om het werk en de boodschap van Jezus voort te zetten. De Heilige Geest die in het verhaal zo beeldend neerdaalde op de leerlingen na Jezus’ dood, opstanding en hemelvaart, is ook aan ons doorgegeven. En daar moeten we
wat mee. Wat Lukas in zijn pinksterverhaal probeert te beschrijven is een geluksgevoel.
Het is een gevoel dat je overkomt wanneer iemand woorden spreekt die je raken, woorden die er blijk van geven dat degene die ze uitspreekt je begrijpt. Over zo’n geluksgevoel heeft Lukas het wanneer hij mensen in Jeruzalem verrast laat uitroepen: wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden van God spreken!
Hoe zit dat in onze dagen? Kennen wij dat grote geluksgevoel? Kennen wij de grote daden van God, en: kunnen we daar over práten, makkelijk, vrijuit? De grote daden van God….dat klinkt ons te daadkrachtig in de oren, God die
daden verricht in ons leven in de wereld. ‘Dééd ie het maar’, zeggen we dan. Wij grossieren niet in religieuze ervaringen, en die we hebben, wantrouwen we. Of we zijn bang om ze onder woorden te brengen.
Petrus was niet bang tijdens die bijeenkomst in vuur en vlam. Petrus kreeg de geest en dacht: een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. In die donkere dagen voor Pasen is hij wel bang, hij is doodsbang en in doodsnood
gezeten doet hij wat bijna ieder van ons zou doen: hij redt het vege lijf door te ontkennen dat hij Jezus kent. Totdat hij de haan hoort kraaien. Dan herinnert hij zich het gesprek dat hij met Jezus voerde vlak voordat die overgeleverd werd en je voelt met hem mee. Want Jezus had tegen hem gezegd: “Petrus toch, je weet helemaal niet hoe spannend het straks zal worden Je bent vanaf
het eerste moment bij me, zo’n twee jaar nu zijn we bij elkaar van de vroege ochtend tot de late avond, we delen onze kleding en ons eten: maar als straks de soldaten voor je deur staan, dan ben je zó bang, dat je zelfs zult ontkennen dat je mij ooit gekénd hebt.” En Petrus had geantwoord: “Maar ik zou dat nooit doen, nooit!” – “Jawel Petrus, diezelfde nacht nog, bij het ochtendgloren, als de haan gekraaid heeft, zul jij weten dat ik gelijk heb.” Petrus was na die ervaring niet meer bang. Zelfs niet toen ze met een grote groep vreemdelingen bij elkaar zaten, het ging waaien en het er op leek dat
iedereen in brand stond en wartaal ging uitslaan. Omstanders, hier
omschreven als vrome Joden, “dromden samen en raakten geheel in verwarring”, zo staat er. En tot slot: “verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze elkaar: “wat heeft dit toch te betekenen?” Ze zullen wel dronken zijn.”
Dáárop trad Petrus naar voren, verhief zijn stem en sprak de menigte toe. “Deze mensen zijn niet dronken zoals u denkt; het is pas het derde uur na zonsopgang” “Nee, wat u hier net zag, dat was eigenlijk allemaal al voorspeld door de profeet Joël”.
Zó begint Petrus zijn redevoering. Bevlogen. Hij krijgt de geest. Het is het eerste moment na Jezus dood dat er over hem verkondigd wordt.
Pinksteren is het feest dat wij proberen niet bang te zijn om de vreugde van ons geloof een plaats te geven en onze dankbaarheid over het leven van God gegeven. Wij laten de geest over ons komen, de geest, die een scheppende, vernieuwende kracht is. Het is onze opdracht om in die geest de wereld in te gaan, met open ogen en open oren, om al Gods tekens te verstaan.

Laura van Asselt