Gemeenteberichten

Gemeenteberichten is het informatieblad van onze gemeente, dat 6 keer per jaar verschijnt. Het is een periodiek met alle belangrijke informatie over kerkdiensten, gemeente-avonden, lezingen e.d. Daarnaast worden ook belangrijke activiteiten vermeld van landelijke- en regionale aard. Voor een proefnummer of inlichtingen kunt u contact opnemen met het secretariaat.
Een abonnement kost € 12.50 per jaar.

TER OVERDENKING uit het laatste nummer:

Na een lange weg vol bochten komen we aan bij de camping. De zon die eerst nog uitbundig scheen is verdwenen. Donkere luchten pakken zich samen. Gauw zetten we de tent op en als de eerste regendruppels vallen spoeden we ons naar het sanitair gebouw. Daar is, naast de gebruikelijke zaken, ook een binnenruimte met keuken. Die gaan we binnen. Het is een nieuwe en functioneel ingerichte ruimte. Vier tafels met stoelen, een ingericht keukenblok, twee ramen en een wanddecoratie. Die laatste valt me meteen op. Het is een bord van hout en hangt ietwat scheef en achteloos aan de muur. Rechtsonder hangt een blaadje met tekst.

Het houten bord is in twee kolommen verdeeld. Boven de eerste kolom staat ‘För Prædikenen’ en boven de tweede kolom staat ‘Efter Prædikenen’.
Het blijkt een oud liedbord te zijn. Gebruikt in een andere tijd, toen de camping nog een ‘prestegård’ was. Een pastorie met kerk en tuin. Het liedbord is nu nutteloos geworden en is verworden tot een relikwie uit het verleden. Wat moet je er nu nog mee?

‘Wat moet je er nu nog mee?’, is ook een vraag die bij mij naar boven kwam bij het lezen van Numeri 30. Op zoek naar iets anders, viel mijn oog op deze tekst. Misschien deze tekst ook maar beter te beschouwen als een relikwie uit het verleden?
Zestien verzen is het hoofdstuk lang en het behandelt de geloften die iemand doet. Voor de volledigheid neem ik ze hieronder op, in de Statenvertaling 1977. Dat past zo mooi bij de inhoud van de tekst.

Wetten der geloften [sv1977]

301En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israëls, zeggende: Dit is de zaak, die de Heere geboden heeft:

2Wanneer een man de Heere een gelofte zal beloofd, of een eed zal gezworen hebben, zijn ziel met een verbintenis verbindende, zijn woord zal hij niet ontheiligen; naar alles, wat uit zijn mond gegaan is, zal hij doen.

3Maar als een vrouw de Heere een gelofte zal beloofd hebben, en zich met een verbintenis in het huis van haar vader in haar jonkheid zal verbonden hebben;

4En haar vader haar gelofte, en haar verbintenis, waarmee zij haar ziel verbonden heeft, zal horen, en haar vader tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen al haar geloften bestaan, en elke verbintenis, waarmee zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan.

5Maar indien haar vader dat zal breken, ten dage als hij het hoort, al haar geloften, en haar verbintenissen, waarmee zij haar ziel verbonden heeft, zullen niet bestaan; maar de Heere zal het haar vergeven; want haar vader heeft ze haar doen breken.

6Doch indien zij immers een man heeft, en haar geloften op haar zijn, of de uitspraak van haar lippen, waarmee zij haar ziel verbonden heeft;

7En haar man dat zal horen, en ten dage als hij het hoort, tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen haar geloften bestaan, en haar verbintenissen, waarmee zij haar ziel verbonden heeft, zullen bestaan.

8Maar indien haar man ten dage, toen hij het hoorde, dat zal breken, en haar gelofte, die op haar was, te niet zal maken, alsook de uitspraak van haar lippen, waarmee zij haar ziel verbonden heeft, zo zal de Heere het haar vergeven.

9Aangaande de gelofte van een weduwe, of van een verstotene: alles, waarmee zij haar ziel verbonden heeft, zal over haar bestaan.

10Maar indien zij in het huis van haar man gelofte gedaan heeft, of met een eed door verbintenis haar ziel verbonden heeft;

11En haar man dat gehoord, en tegen haar stilgezwegen zal hebben, dat niet brekende; zo zullen al haar geloften bestaan, alsook elke verbintenis, waarmee zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan.

12Maar indien haar man die dingen geheel te niet maakt, ten dage als hij het hoort, niets van al wat uit haar lippen gegaan is, van haar gelofte, en van de verbintenis van haar ziel, zal bestaan; haar man heeft ze te niet gemaakt, en de Heere zal het haar vergeven.

13Elke gelofte, en elke eed der verbintenis, om de ziel te verootmoedigen, die zal haar man bevestigen, of die zal haar man te niet maken.

14Maar zo haar man van dag tot dag volkomen stilzwijgt tegen haar, zo bevestigt hij al haar geloften, of al haar verbintenissen, die op haar zijn; hij heeft ze bevestigd, omdat hij tegen haar stilgezwegen heeft, ten dage toen hij het hoorde.

15Doch zo hij ze geheel te niet maken zal, nadat hij het gehoord zal hebben, zo zal hij haar ongerechtigheid dragen.

16Dat zijn de inzettingen, die de Heere Mozes geboden heeft, tussen een man en zijn vrouw, tussen een vader en zijn dochter, zijnde in haar jonkheid, in het huis van haar vader.

 

Bovenstaande Bijbeltekst gaat over de woorden, de beloften die mannen en vrouwen doen. En de verschillen van statuur tussen man en vrouw. Een man is gehouden aan zijn woord. De beloften van een vrouw zullen enkel bestaan bij ontbreken van afkeuring van de man onder wiens verantwoordelijkheid ze valt; haar vader of haar echtgenoot. Wanneer deze man zich niet kan vinden in de woorden van de vrouw zullen haar woorden, haar beloften niet bestaan. En daarmee is de vrouw niet langer gebonden aan haar woord. Die breuk van haar belofte zal haar echter niet nagedragen worden, het was immers niet zijzelf die het woord verbrak.

Het Bijbelboek Numeri bevat veel voorschriften en leefregels. In het boek wordt verteld over de Israëlieten en hoe het hen vergaat na het vertrek uit de Sinai. Enerzijds is er angst voor de toekomst; je weet wat je achterlaat maar niet wat er in de toekomst te wachten staat. En daarmee is er anderzijds soms een verlangen terug naar de tijd in Egypte; niet dat het daar goed ging, maar je wist in ieder geval waar je aan toe was. Zo verkerend in een soort niemandsland komt het volk meer dan eens in opstand tegen God en tegen Mozes. Veertig jaar lang trekt het volk rond in de woestijn en zijn de trouwe zorg van God voor het volk van Israël en de toewijding van Mozes aan God en zijn volk belangrijke thema’s. God wil bij zijn volk wonen, maar niet zonder meer. Numeri maakt met zijn vele voorschriften en regels helder hoe het heilige te eerbiedigen en hoe zich verre te houden van wat onrein is. Alleen dan wil God bij zijn volk wonen. Of in andere woorden: hoe een volk zich het beste kan gedragen om een leefbare maatschappij te vormen.

Numeri 30 komt ons nu gedateerd over. Echt een tekst van toen. Net zoals het liedbord in de campingkeuken, dat er hangt als een verwijzing naar wat ooit was, zo is deze Bijbeltekst ook een verwijzing naar wat ooit was. Maar het bord hangt er nog wel, en heeft nog steeds dezelfde functie: het overbrengen van een mededeling. Kijk maar naar het briefje rechtsonder. Ditmaal is de mededeling niet een liednummer voor de kerkgangers, maar is het een mededeling voor de kampeerders.
Kunnen we zo ook niet naar Numeri 30 kijken. Als een tekst die er nog wel is, die nog steeds functie heeft, maar waarbij de focus is verschoven?

 

Sandra van Zeeland – van Cassel