Gemeenteberichten

Gemeenteberichten is het informatieblad van onze gemeente, dat 6 keer per jaar verschijnt. Het is een periodiek met alle belangrijke informatie over kerkdiensten, gemeente-avonden, lezingen e.d. Daarnaast worden ook belangrijke activiteiten vermeld van landelijke- en regionale aard. Voor een proefnummer of inlichtingen kunt u contact opnemen met het secretariaat.
Een abonnement kost € 12.50 per jaar.

TER OVERDENKING uit het laatste nummer:

Worden we nog wel aangeraakt door het verhaal van Pasen?

Bovenstaande vroeg ik me ineens af. Mooi idee voor de regio-overweging? En gelijk sloeg ik dat idee weer af. Wie ziet er nu op een vroom verhaal te wachten. Bovendien, ‘vroom’ wat ís dat ook al weer?

En aangezien ik toch achter de computer zit is het snel opgezocht. Vroom. De eerste hit betreft een familiebedrijf in funderingswerkzaamheden. Ik schiet in de lach en besluit het er op te wagen. Vroomheid en fundering. Ik ga er eens goed voor zitten: een vroom verhaal over Pasen.

Volgens de traditie komt een goede preek in drie punten. Welnu de drie punten zijn: een berg, een tuin en binnenskamers. Dit zijn achtereenvolgens de plaatsen van handeling. Met op ieder plek een specifieke gebeurtenis. Wat wel overeenkomt is dat in alle drie de scenes Jezus een rol speelt.

De eerste scene begint bij de berg de Tabor. We lezen erover in het Matteüsevangelie. Hier vangt het verhaal van Pasen al aan. Jezus voorvoelt dat zijn einde nadert en neemt ter voorbereiding een aantal leerlingen mee de berg op. Leerlingen die er al vanaf het eerst begin bij zijn: Petrus, Johannes en Jacobus. Zij zullen nu ook ingewijd worden in het begin van het einde. We lezen hoe de leerlingen een visioen krijgen. Een visioen waarin Jezus in gesprek is met Mozes en met de profeet Elia. Wanneer de leerlingen een stem horen spreken uit de wolk vallen zij uit angst op de grond. Op dat moment komt Jezus naar ze toe, raakt ze aan en zegt ‘Sta op, wees niet bang.’

Met zijn aanraking haalt hij de leerlingen terug naar het hier en nu. Weg zijn de beelden, de stem. En daarmee ook de angst. Weer terug op de berg zijn de leerlingen. En naast Jezus is er verder niemand.  ‘Het’ komt ‘goed’. Ook al hebben de leerlingen op dat moment nog niet heel helder voor ogen wat dat ‘het’ is en hoe het goed gaat komen. De nabijheid van Jezus is tastbaar, menselijk. Zoals je een hand op iemands schouder kunt leggen: wees niet bang, je bent niet alleen. Durf weer op weg te gaan.

Midden in het paasverhaal, het tweede punt, zijn we in een tuin. In deze tuin is ook het graf van Jezus. Het is een tuin zo mooi, dat hij doet denken aan die eerste Bijbelse tuin. Daar waar het verhaal van God met de mensen zijn aanvang vindt. Na de kruisiging en neerleggen van Jezus in zijn graf, komt Maria van Magdala naar de tuin. Zo vroeg dat het nog donker is, zo lezen we in het Johannesevangelie. Huilend staat ze daar. Niet enkel vanwege het verdriet om de dood van Jezus, maar ook vanwege dat het graf leeg is. Leeg! Waar is Jezus heen? De aanwezige engelen helpen haar niet verder. En ook de tuinman vertelt niet naar waar Jezus verplaatst is. Pas wanneer Jezus Maria bij haar naam noemt herkent ze hem in de tuinman. Een uitroep van vreugde volgt. En natuurlijk doet ze wat ieder mens op zo’n moment van vreugde en herkenning wil doen: ‘m vast willen pakken, weer willen aanraken. Maar in dit midden van Pasen is een aanraking niet gepast. Grijp me maar niet vast, krijgt Maria te horen. Het is niet nodig nu, onwenselijk zelfs.

Hier scharnieren we van de aarde naar de hemel.

Er is een tijd van voor het graf en er zal een tijd zijn van na het graf.

Er is wat veranderd. De tastbare en menselijke Jezus vergeestelijkt hier. Hij is er niet meer, maar hij is er nog wel. Hoe dat zit? Ja, dat is nu net het geheim van Pasen!
Wat er was tussen Jezus en Maria is er niet meer, althans niet in de aardse vorm die het had. Maria wordt aangemoedigd de wereld in te gaan. Ga vertellen dat ik opstijg naar mijn God, die ook jullie God is, zegt Jezus. Hoe moeilijk ook, blijf niet stil staan. Houd niet vast aan wat was, maar sta op en ga op weg.

Bij het derde en laatste punt komen we binnenskamers. De leerlingen hebben het nieuws van hun overleden vriend en leraar te verwerken gekregen. En ze hebben hem ook al weer gezien. Hij kwam door de gesloten deuren heen om ze te groeten. Eentje was er toen niet bij aanwezig. Hij, Tomas, heeft daarom nog wel wat vragen over het verhaal dat hij te horen heeft gekregen. Alles goed en wel, maar pas als hij met zijn eigen vingers kan voelen en zijn hand in de zij van Jezus kan leggen wil hij aannemen wat de anderen hem verteld hebben. Wanneer de leerlingen wederom bij elkaar komen, ook ditmaal zijn de deuren op slot, staat Jezus voor een tweede keer in de kamer. ‘Vrede zij met jullie’, groet hij de aanwezigen. En tegen Tomas zegt hij: ‘leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij’.

Met Pasen worden we uitgenodigd om eenzelfde beweging te maken als die we in de evangeliën lezen. Daar op die berg, waar Petrus, Johannes en Jacobus worden aangeraakt. Daar in de tuin waar Maria leert los te laten. Daar in het vertrek waar Tomas ruimte krijgt voor zijn vragen en twijfels.

Een hand op je schouder; wees niet bang, sta op.

Het niet los kunnen laten van wat ooit was; klamp je er niet aan vast.

Een ratio die de overhand neemt; wat als je gaat voelen.

Dan zegt Jezus tegen de leerlingen in het algemeen en tegen Tomas in het bijzonder: ‘Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’. Zie het ook als een uitnodiging aan ons. Om in een wereld te stappen die niet maakbaar is, maar kwetsbaar. Om in een wereld te stappen waar aarde en hemel elkaar soms, even, raken.

ds. Sandra van Zeeland – van Cassel.